Albino, echter hij komt niet bij hobbyfokkers voor
In het wild komen sporadisch Albino's (genetische code cc) voor. Albino is ook de eerste gedocumenteerde kleurvariatie bij de Mongoolse gerbil (1950). Eigenlijk is Albino geen kleurmutatie, want door deze mutatie ontbreekt enig pigment waardoor hij geheel wit is. Omdat er ook geen pigment in de ogen voorkomt, zie je de bloedvaten in de ogen en daarom zijn de oogkleuren rood. Er wordt getwijfeld of deze mutatie nog wel onder de hobbyfokkers voorkomt. Daar is namelijk geen bewijs voor. Veel witte exemplaren met rode ogen zijn namelijk geen albino's, maar zijn ontstaan door een combinatie van diverse mutaties waardoor het lijkt op een albino.
Algerijn
De Algerijn-mutatie (genetische code ee) bij de Mongoolse gerbil is de tweede gedocumenteerde genetische mutatie die voor het eerst zo rond 1960 werd geïdentificeerd in Algerije. Deze mutatie zou ontstaan zijn bij experimenten met Mongoolse gerbils. Er is weinig hierover bekend en men denkt dat de mutatie bij kruisingen op natuurlijke wijze ontstaan is. De mutatie vererft recessief en beïnvloedt de pigmentatie, specifiek de melanineproductie, waardoor de vacht een meer oranje kleur heeft en minder bruin dan de oorspronkelijke wilde kleur. En de vracht kan afhankelijk van gedragen recessieve kleurmutaties donkerder en lichter ticking hebben. De buikkleur bij deze variant is wit.
Op deze e-locus is begin jaren 1990 een variant van het gen ontstaan dat schimmel veroorzaakt (genetische code e[f]e[f] waar f voor faded staat). Schimmel wordt geboren als een Algerijn of als kleurvariatie gebaseerd op Algerijn en hebben meestal een witte stip op de kop. Wanneer ze tussen week 7 en 12 hun baby vacht wisselen, begint het verschimmelen. Tussen de dekharen komen witte haren. De uiteinden van de lichaamsdelen zoals de neus en de staart behoud vaak de kleur.
Zwart
Later in 1983 ontstond de kleurmutatie zwart (genetische code aa). De zwarte mutatie speelt een grote rol. Dit omdat het naast de kleurverandering ook de opbouw van de haarkleur wijzigt. Een normale agouti Mongoolse gerbil heeft haren die een driekleurige opbouw kent, namelijk onderkleur, tussenkleur en haarpunt. De mutatie zwart zorgt ervoor dat alle haren éénkleurig zijn. We noemen dit éénkleur of ook wel non-agouti. International wordt dit self genoemd.
Geel-wildkleur, ook wel Argente genoemd
Bij de Mongoolse gerbil is in de vroege jaren 1990 de pink-eyed-dilution mutatie opgetreden (genetische code pp). Dit wordt geel wildkleur genoemd of ook wel argente. International ook wel Cinnamon. De mutatie veroorzaakt een reductie van eumelanine (zwart pigment), wat leidt tot rode oogkleur en lichtere vachtkleur door ontbreken van de zwarte pigmenten.
Zilver-agouti
Zilver-agouti (genetische code uw[d]uw[d], soms ook wel met de genetische code g aangeduid) is ontdekt in 1995 en gaat om het Underwhite-dilution gen. Deze mutatie vererft recessief en zorgt ervoor dat de vachtkleur grijs wordt omdat het rood-bruin pigment (pheomelanine) reduceert. Hierdoor krijgt de agouti een zilverachtige tint in plaats van het standaard donkerbruin van een normale agouti.
Dilution
Een minder bekende mutatie is de dilution mutatie (genetische code dd) en is in 1996 ontdekt. Bij andere knaagdiersoorten zoals dwerghamsters en muizen wordt dit blauw of blauw-wildkleur genoemd. Bij de Mongoolse gerbils wordt het veelal dilution genoemd. De mutatie zorgt ervoor dat pigment minder snel getransporteerd wordt waardoor de pigmenten minder tot uiting komt. Zwarte pigment wordt daarom blauwgrijs van kleur.
Himalaya en Burmees, de combinatie zorgt voor Siamees
Ook zijn er mutaties opgetreden zoals Himalaya (genetische code c[h]) en Burmees (genetische code c[chm]). Beide mutaties zijn voor het eerst in 1993 gedocumenteerd. Beide mutaties zijn incompleet dominant en in enkel vorm minder extreem dan wanneer het dubbel vererft. Wanneer enkel mutatie Himalaya gecombineerd wordt met een ander kleurmutatie, geeft het vaak een lichter vorm van deze kleur. Waar Burmees bij de tamme rat om een separaat gen gaat dat niet op de c-locus ligt, is dat bij de Mongoolse gerbil anders. Hier wordt Burmees veroorzaakt door de Chinchilla Medium (chm) mutatie dat wel op de c-locus ligt. Beide genen controleren hoeveel pigment wordt geproduceerd en hoe het over het lichaam verdeeld wordt. Bij Burmees wordt de balans tussen eumelanine (donkere kleuren) en pheomelanine gewijzigd en wordt er meer eumelanine aangemaakt waardoor de vacht donkerder wordt. Himalaya zorgt zorgt juist voor minder aanmaak van pigmenten. Siamees ontstaat wanneer het Himalaya gen met het Burmees gen gecombineerd wordt. Dit in tegenstelling tot andere knaagdieren waar twee genen van Himalaya leidt tot Siamees. Beide mutaties zijn temperatuurgevoelig en daarom hebben de pigmenten aan het uiteinden van lichaamsdelen meer kleur.
Hieronder een overzicht van de basis mutaties en de kleurvariaties die onstaan door combinatie van basis mutaties.
Agouti kleurslagen, de kleurmutaties op agouti basis
Agouti, genetische code A_
De agouti Mongoolse gerbil is de natuurlijke kleur zoals zij in het wild hebben.
Algemeen kun je spreken van een algemene warme schutkleur waarvan de hoofdkleur kastanjebruin is en
afgewisseld word met een zwartgrijze gloed.
Bij deze kleur hebben wij het eigenlijk nooit over hoe het vererft. Het is namelijk de kleur die de Mongoolse gerbil heeft wanneer er geen mutaties zichtbaar zijn. Agouti wordt ook wel eens met de genetische code A_ aangeduid. De A staat hier voor Agouti en "_" staat voor onbekend.
Bij deze kleur hebben wij het eigenlijk nooit over hoe het vererft. Het is namelijk de kleur die de Mongoolse gerbil heeft wanneer er geen mutaties zichtbaar zijn. Agouti wordt ook wel eens met de genetische code A_ aangeduid. De A staat hier voor Agouti en "_" staat voor onbekend.
Diluted / Blauw-wildkleur, genetische code A_dd
Algerijn, genetische code A_ee
De Algerijn-mutatie is de tweede gedocumenteerde genetische mutatie die voor het eerst zo rond 1960 werd geïdentificeerd in Algerije.
De mutatie vererft recessief en beïnvloedt de pigmentatie, specifiek de melanineproductie, waardoor de vacht een meer oranje kleur
heeft en minder bruin dan de oorspronkelijke wilde kleur. En de vracht kan afhankelijk van gedragen recessieve kleurmutaties donkerder
en lichter ticking hebben. De buikkleur bij deze variant is wit.
Algerijn schimmel, genetische code A_e[f]e[f]
Geel wildkleur roodoog / Argente, genetische code A_pp
Het gaat hier om de pink-eyed dilution mutatie. Het zwarte pigment wordt geheel onttrokken
waardoor er een gele kleur ontstaat. De ogen zijn door het ontbreken van pigment doorzichtig,
waardoor je de bloedvaten kunt zien. Daardoor zijn de ogen helder rood van kleur.
Gerbil op de foto is door Alice Langeveld gefokt.
Gerbil op de foto is door Alice Langeveld gefokt.
Zilver-agouti, genetische code A_uw[d]uw[d]
Zilver-agouti is in 1995 ontdekt en het gaat om het Underwhite-dilution gen. Deze mutatie vererft recessief en
zorgt ervoor dat de vachtkleur grijs wordt omdat het rood-bruin pigment (pheomelanine) reduceert. Hierdoor krijgt
de gouti een zilverachtige tint in plaats van het standaard donkerbruin van een normale agouti.
Gerbil op de foto is door Alice Langeveld gefokt.
Gerbil op de foto is door Alice Langeveld gefokt.
De éénkleurige (non-agouti) kleurslagen, de basis kleurmutaties die de haartype veranderen naar éénkleurig
Albino, genetische code cc
Albinisme is het aangeboren ontbreken van het pigment melanine in haar. Het zorgt ervoor dat er geen pigment
in de haren en ogen aanwezig zijn. Hierdoor zijn alle haren wit en de ogen rood van kleur. Albino is de
eerste mutatie die bij de Mongoolse gerbils beschreven is. Echter, er wordt sterk getwijfeld of albino
wel onder de hobbyfokkers aanwezig is. Veel van de witte varianten zijn op basis van combinatie van diverse
mutaties waardoor het lijkt op Albino. De foto's zijn ter illustratie en betreft waarschijnlijk Geen
Albino variant.
Zwart, genetische code aa
Hier gaat het om een éénkleur. De haren zijn van haarwortel tot aan de haartop zwart van kleur. De oren, staart en de voetzolen zijn donker van kleur.
Zwart is de 3e gedocumenteerde kleurmutatie van de Mongoolse gerbils en is in 1983 voor het eerst gedocumenteerd.
Gerbil op de foto is door Alice Langeveld gefokt.
Gerbil op de foto is door Alice Langeveld gefokt.
Uitmonstering
Himalaya, genetische code c[h]c[h]
Dubbel gen Himalaya zorgt voor een witte exemplaar met een heel klein beetje pigment op de uiteinden van lichaamsdelen zoals de neus.
Door het te combineren met andere verdunningsfactoren lijkt het vaak op een wit exemplaar met rode ogen.
Himalaya is bij de Mongoolse gerbil een incompleet dominant mutatie en in enkelvorm zorgt het voor een lichter variant van de kleur. In combinatie met bijvoorbeeld Geel-wildkleur krijg je een zachter geler kleur.
De mutatie heet officieel Himalaya. Himalayan is de term die wordt gebruikt om de rassen te verwijzen zoals Himalayan kat. Bij andere diersoorten wordt daarom ook wel Himalayan genoemd. Bij Mongoolse gerbils wordt Himalaya gebruikt.
Himalaya is bij de Mongoolse gerbil een incompleet dominant mutatie en in enkelvorm zorgt het voor een lichter variant van de kleur. In combinatie met bijvoorbeeld Geel-wildkleur krijg je een zachter geler kleur.
De mutatie heet officieel Himalaya. Himalayan is de term die wordt gebruikt om de rassen te verwijzen zoals Himalayan kat. Bij andere diersoorten wordt daarom ook wel Himalayan genoemd. Bij Mongoolse gerbils wordt Himalaya gebruikt.
Siamees, genetische code c[h]c[chm]
De Siamees heeft een lichtbruine vacht met donkerdere points (neus, staart, oren, en poten). De intensiteit varieert, met
sommige dieren die zo donker zijn dat ze lijken op Burmees. Om een goede Siamees te fokken, wordt aangeraden om het op zwart
basis te fokken (aac[h]c[chm]). Siamezen hebben donkere robijnkleurige ogen. De buikkleur is gelijk aan de dekkleur.
Jonge exemplaren worden geboren zonder points. De points worden pas later zichtbaar.
Burmees, genetische code c[chm]c[chm]
De Burmees heeft een effen, rijke kleur die varieert van bruin tot goudbruin, met een warme, intensieve vacht. Het is een
eenkleurig, waarbij de kleur over het gehele lichaam gelijk is, zonder duidelijke punten. De Burmees vererft dominant en is eveneens
incompleet dominant. Enkel gen zorg voor een lichtere, minder verzadigde kleur, met een warmere bruine tint. En twee genen zorgt
voor een donkerder en intensievere kleur, met een diepe bruine of chocoladebruine tint. De buikkleur is meestal iets lichter dan
de dekkleur. Op jonge leeftijd hebben ze vaak een lichtere kleur die naarmate de gerbil ouder wordt, warmer wordt.
Tekeningen
White Spotting, genetische code Sp
White Spotted is een dominante mutatie en zorgt voor een patroon dat resulteert in witte haarpunten, een witte stip op de
kop, en een witte vlek in de nek. Als er meer uitgebreide witte markeringen of symmetrie zijn, kan het ook een
extreme white spotting-variant zijn. Het gaat hier om een lethale mutatie en dubbel vererving van dit gen is niet mogelijk.
Combinaties
De verschillende kleurmutaties, uitmonsteringen en tekeningen kunnen met elkaar gecombineerd worden. Hieronder een aantal van deze combinaties.
Lilac, genetische code aapp
Abrikoos Creme, genetische code eeppuw[d]uw[d]
Nootmuskaat, genetische code aaee
Nootmuskaat roodoog, genetische code aaeepp
Blauwvos, genetische code eeuw[d]uw[d]
Colourpoint Zilver-agouti, genetische code c[chm]c[chm]uw[d]uw[d] / c[h]c[chm]uw[d]uw[d]